maar Dutch - Georgian

1.


2.

  • Dutchslechts, enkel, net, gewoon, maar

  • Georgianneeded


  • Dutchmaar


3.


4.


5.


6.


7.


8.

  • Dutchgeen problee, maar natuurlijk

  • Georgianneeded


9.


10.

  • Dutchwas het maar zo dat, or use auxiliary hebben with inversion and

  • Dutchwas het maar zo dat, or use auxiliary hebben with inversion and


11.

  • Dutchzeg maar, met andere woorden





English translator: Dutch Georgian maar  Eesti sõnaraamat   Español Traductor   Svenska Översättare