verlegenheid Dutch - French

1.

  • Dutchverlegen maken, in verlegenheid brengen

  • Frenchembarrasser, gêner


2.


3.

  • Dutchbeschamen, in verlegenheid brengen, van zijn stuk brengen

  • Frenchconfondre


4.


5.


6.

  • Dutchbeschaamd, verlegen, beteuterd, in verlegenheid, op zijn neus kijkend

  • Frenchconfus, décontenancé





English translator: Dutch French verlegenheid  Eesti sõnaraamat   Español Traductor   Svenska Översättare